Piershil, het kerkelijk leven van predikant Laurentius van der Veld

Aan de hand van een 18e eeuwse beschrijving van steden en dorpen naar een originele bewerking van "Hedendaagse historie of tegenwoordige staat van alle volkeren in 1742".

Afbeelding vergroten
Wapen heerlijkheid Piershil
tot 1721

Piershil is een dorp in het land van Putten (tegenwoordig de Hoekse Waard). Het land van Putten is een der mooiste en oudste domeinen van Holland, gedeeltelijk gelegen ten zuiden van Oude- en Nieuwe Maas, op Overflakker en ten Oosten van het land van Voorne. Evenals op Voorne leven de bewoners hier van de opbrengst van de landbouw, graanhandel, veeteelt, verweiderij, vlasteelt en het planten van stoven en mede.

Het hoge gerechtsgebied wordt uitgeoefend door de ruwaard-baljuw en leenmannen, die de Hoge Vierschaar spannen op het Hof van Putten te Geervliet. Piershil behoort bij Putten over de Maas met Goudswaard, Poortugaal, Hoogvliet, Pernis, charlois, Katendrecht en 's Gravenambacht.

De kerken in het land van Putten behoren, voorzover zij deel uitmaken van de Ring van Putten en de Ring van Overflakkee, tot de classis van Voorne en Putten. De dorpen in de ring Poortugaal, Hoogvliet, Pernis en Charlois, alle gelegen over de Maas, behoren onder de classis Schieland.



Wapen dorp Piershil
na 1721

Piershil ligt tussen de ambachten Goudswaad en Nieuw-Beijerland en grenst ten noorden aan de Spui. Oud-Piershil werd ingevolge octrooi van Karel V in 1524 gehele bedijkt door Frederik van Renesse van Oostmaal, die daarna het gebied in leen kreeg. Nieuw-Piershil is in 1581 en Klein-Piershil in 1606 ingepolderd. De oppervlakte van dit ambacht bedraagt thans 1928 gemeten en 237 roeden. In 1632 stonden er 37 huizen en een eeuw later 81 huizen en 1 korenmolen. He inwondersgetal wordt in 1732 geschat op 350.

Het dorp ligt in de polder Oud-Piershil en is zo fraai, dat het dikwijls het "kleine Haagje" wordt genoemd. De haven mondt uit in het Spui en heeft eenkade. enige marktschippers varen er wekelijks binnen. In het dorp staat een mooi herenhuis met een tuin, waarin vijvers liggen en een goede wandelpaden zijn. Een oud huisje, dat thans door een burger wordt bewoond, heet "Ronduit".

Men zegt, dat het tijdens de Tachtigjarige Oorlog een wachthuis en onderdak voor de mannen van een veer op de Korendijk was. De kerk werd in het begin van de 16e eeuw gebouwd. er hangen wapenborden vcan voormalige en tegenwoordige ambachtsheren en vrouwen. Oudstijds behoorden tot deze gemeente ook de bewoners van Goudswaard en Zuid-Beijerland. De predikant woont in een mooi huis met een grote tuin.

Het kerkgebouw bestond oorspronkelijk uit een enkelvoudige kerkschip, vermoedelijk vlak voor de reformatie gesticht. Men neemt aan dat de kerk in de 16e eeuw is gebouwd. Het is vrijwel zeker dat er nimmer Rooms Katholieke erediensten in zijn gehouden. In 1642 is het gebouw gedeeltelijk vernieuwd en uitgebreid met een noordelijke zijruimte. de gereformeerde gemeente van Piershil is tot in het jaar 1597 met die van het naburige Korendijk (Goudswaard) en van 1597 tot 1620 met die van Nieuw-Beijerland gecombineerd geweest. de eerste, die in de afzonderlijke gemeente Piershil het predikantambt bediende, was Reinerus Vervoorn, die hier in 1620 als proponent (kandidaat) beroepen werd en in 1659 emertitus werd.

Onze voorvader Laurentius van der Veld was de 7e predikant in Piershil. Hij kwam in de plaats van Johannes Lambertus Snel, die vanaf 19 april 1693 tot aan zijn overlijden op 6 november 1705 predikant was in Piershil.

Afbeelding vergroten

NH-kerk van Piershil

Laurentius van der Veld werd op 2 september 1731 opgevolgd door Gerardus van den heuvel, predikant van Heinsdijk. Uit een nominatie, door de regering en kerkraad gemaakt, doet de kerkenraad het beroep, hetwelk eerst door de regering en daarna door den Ambachtsheer of Ambachtsvrouwe goed of afgekeurd wordt.

Zoals uit een copie van beroeping blijkt , is Laurentius van der Veld proponent beroepen op 28 maart 1707 en bevestigt op 19 juni 1707. In 1707 werd als ordinair kerkdienaar en voorzanger in de gemeenste aangesteld ene Willem van Anraadt uit Herkingen voor een bedrag van 48 gulden per jaar. In 1719 werd Willem van Anraadt ook aangesteld als kerkmeester voor een bedrag van 8 gulden per jaar. Tevens was hij schoolmeester en stond dan "tot dienst van kerk en jeugd". Hij overleed in augustus 1730.

Laurentius van der Veld werd door de gerechten op nominatie geplaatst voor een vacature in Oud-Beijerland op 31 oktober 1711 en 4 februari 1715. Door de kerkenraad van Oud-Beijerland op vakature en achttal geplaatst op 13 september 1720, 18 september 1720 en 17 januari 1721. Door de magistratie te Hilsert op nominatie op 16 augustus 1717 en door de kerkenraad te Hilster op nominatie geplaatst op 13 februari 1723. Van al deze vakatures en nominaties is er geen een  aangenomen of goedgekeurd. Laurentius vna der Veld werd in 1724 scriba van de Zuidhollandse synode . Hij overleed op 1 mei 1729.