Maria van der Veld - Jan Tallans

Maria van der Veld, gedoopt Piershil 23 april 1713, dochter van Laurentius van der Veld en Anna Du Crocq, doopgetuige Tanneke van den Burgh, weduwe van der Veld en Maria Renaut, wed. Pierre du Crocq. Zij is begraven Delft op 19 juni 1767, wonende in 't Oude Delf. Maria doet belijdenis in Delft maart 1738 en ze woont dan in de Papestraat. Zij ondertrouwt Delft op 21 mei 1740 als jonge dochter van de Papestraat met Jan Tallans, jonge man van de Oude Delft, doop Waalse Kerk te Delft op 11 mei 1712, als zoon van Jean Tallans en Maria Dulfou, doopgetuigen waren Jean Gabeau en Marie Matez. Jan Tallans is begraven op 11 december 1780 wonende op 't Oude Delft, kerkgraf, 3 meerderjarige kinderen en 2 minderjarige kinderen. Zijn ouders zijn ondertrouwt Delft op 18 juli 1711 en nadat zijn moeder in Delft op 18 maart 1723 is begraven hertrouwd, ondertrouw Delft 18 april 1723 met Elsje van Wijk, begraven Delft op 18 maart 1743. Zijn vader is begraven Delft op 26 maart 1734. Jan Tallans moest in 1750 impostbelasting betalen,hij was toen meester Orlogiemaker. Jan en Maria maakten in 1740 een mutueeltestament en kochten een huis aan de Oude Delft.

De jongste dochter, Maria Jacoba Tallans trouwt Delft  14 april 1782 Met Adriaan Boejee, gedoopt Delft 17 mei 1753, zoon van Jacobus Boejee en Cornelia Kok. Zij kregen vier kinderen. Maria Jacoba Tallans overleed te Delft op 3 maart 1831 en Adriaan Boejee overleed te Delft op 11 maart 1821. Van de vier zonen van Jan Tallans en Maria van der Veld zijn verder geen gegevens gevonden. Alleen van de oudste zoon Jan weten we dat hij is overleden als vrijgezel Te Delft op 31 januari 1832 en van Leendert Tallans dat hij doopgetuige was van Maria Helena Tallans op 27 maart 1796.

De jongste dochter, Maria Jacoba Tallans was erfgenaam van Jacoba van der Veld, een zuster van Maria van der Veld. Bij de doopinschrijving bevat naast de namen van de ouders, ook de namen van de doopgetuigen. Het optreden van doopgetuigen dateert reeds van de Middeleeuwen. Tijdens het Concilie van Mainz in 813 werd besloten dat de ouders hun kinderen niet zelf ten doop mochten houden. Ook in de reformatische kerken en in het bijzonder de Nederduitse Gereformeerde Kerk, ziet men doopgetuigen optreden. De synode van Dordrecht (1574) bepaalde dat de doopgetuigen mede aansprakelijk waren voor een christelijke opvoeing; ze dienden onder meer toezicht te houden op de opvoeding van de kinderen als de ouders overleden waren. Jacoba van der Veld is tweemaal doopgetuige geweest en het zijn deze twee kinderen die haar erfgenamen waren.

De Gereformeerde kerk was tot 1795 de heersende kerk in de diverse Nederlandse gewesten. De leer van de Gereformeerde Kerk was gebaseerd op het Calvinisme. Op 7 januari 1814 werd bij Koninklijke Besluit van koning Willem I een nieuw reglement voor de kerk vastgesteld waarbij de naam werd gewijzigd in Nederduits Hervormde Kerk; omstreeks 1915 werd de naam nogmaals gewijzigd, nu in Nederlands Hervormde Kerk.

De tegenwoordige Gereformeerde Kerk ontstond eerst in 1892 uit een samensmelting van de Christelijke Gereformeerde Kerk- met uitzondering van een kleine groep- en de Nederduits Gereformeerde Kerk.