Delft in de 17e en 18e eeuw

Aan de hand van een 18e eeuwse beschrijving van steden en dorpen naar een originele bewerking van "Hedendaagse historie of tegenwoordige staat van alle volkeren in 1742".

Afbeelding vergroten

Na het overlijden van Laurentius van der Veld op 1 mei 1729, ging zijn weduwe Anna du Crocq met haar kinderen in Delft wonen. Dit is te zien in de akte van Indemniteit die is uitgegeven op 14 april 1730. De laatste familielid die nog in Delft woonde was Hendrik Adrianus van der Veld, die daar op op 10 augustus 1956 is overleden. dus onze voorvaderen hebben daar ca. 225 jaar gewoond.

In 1745 wordt Delft beschreven als een nette en welbebouwde stad, de derde in de rij der stemmende van Holland. De vorm van het stadsgebied is vierkant. Men schat de omtrek van de bebouwing van Delft op één uur gaans. ronde de stad liggen vruchtbare bouw- en weilanden. De stadsgrachten worden ondermeer voorzien van zuiver water uit de Schie. er zijn zeven poorten en enige uitwateringen, waardoor ook de schepen varen. De poorten van de stad zijn de Haagse-, School- Waterslootse-, Rotterdams-, Oost-, en Koepoort.

Even buiten Delft liggen twee voorsteden, één aan de westzijde, buiten de Waterslootse Poort, bestaande uit twee rijen huizen ter weerszijden van de Buiten-Watersloot gebouwd en één buiten de Schiedamse Poort langs de Schie. De laatste voorstad heet het zuideinde. De haven van de stad ligt 2 uur lopen ten zuiden daarvan bij een fraaie vlek, Delfshaven genaamd. In 1632 stonden er in Delft en Delfshaven tussen de 4000 à 5000 huizen. In 1732 staan te Delft en Delfshaven in totaal 5088 huizen. het aantal inwoners wordt te Delft geschat op 22.000 en te Delfshaven op 3000.

Afbeelding vergroten

Tot 1790 wordt  het aantal inwoners nog geschat op 22.000 terwijl in 1815 Delft nog geen 13.000 inwoners telde. Daarna vertoont de stad weer blijken van toenemende welvaart en telde Delft in 1856 weer 19.220 inwoners, waaronder 10.720 hervormden, 500 luthersen, 20 doopsgezinden, 60 remonstranten, 120 christelijk afgescheidenen, 7.610 Rooms Katholieken, 60 oud-roomsen en 130 Israëlieten. Het garnizoen bedraagt ongeveer 600 man. (Bron: Het koninkrijk der Nederlanden-1856).

De Oude kerk, het laatst gewijd aan Hippolytus en daarvoor aan Batholomeus, werd gesticht in de 14e eeuw. De vierkante toren, die vijf splitsen heeft, is toegankelijk door een wit arduinstenen portaal. In de kerk is aan de westzijde onder het grote orgel een galerij voor de weeskinderen. Op het grote koor aan de zuidzijde is een kapel met een ijzeren deur. Prachtige graftombes zijn in de oren te vinden, waaronder die van Piet Heyn en het paalgraf van Maarten Harpersz. Tromp.

Afbeelding vergroten

Oude kerk (Oude Jan) Delft

De Nieuwe kerk, staat evenals het Stadhuis op de Grote markt, is oudstijds gewijd aan de heilige Maagd en later naar St. Ursula, gebouwd in de 14e en 15e eeuw. De kerk werd in 1536 bij de stadsbrand ernstig beschadigd. De eerste steen van de toren werd gelegd in 1396. Bij de voornoemde stadsbrand ging ook de torenspits verloren. Bijzonder mooi is de graftombe van prins Willem I van Oranje in het kerkgebouw. Boven drie trappen van zwarte toetssteen staat de eveneens van zwart marmer gemaakt tombe, waarop het wit marmeren beeld van de prins, gekleed in een prinsenrok ligt. Aan het hoofdeinde van de tombe staat een metalen beeld van de prins, gekleed in harnas met een gepluimde helm aan zijn voeten. Ook ligt in het koor van deze kerk begraven de rechtsgeleerde Hugo de Groot. Vroeger werden de Oude- en Nieuwe kerk ieder bestuurd door drie kerkmeesters. Thans (1745) worden beide kerken tezamen bestuurd door zes kerkmeesters, die een rentemeester aanstellen. Beide kerken worden bediend door zes predikanten, die met acht ouderlingen en acht diaken de kerkenraad uitmaken.

Verder belangrijke gebouwen in Delft zijn het Stadhuis op de Grote Markt, het Prinsenhof, oorlogsmagazijn en het Oost-Indisch Huis aan het Zuideinde van de Oude Delft bij de Schiedamse poort, welke in 1631 werd gebouwd door de VOC.