De kaarten en route van de VOC

De route van de VOC

De zeilschepen  waren afhankelijk van winden en stromingen. Vanaf de Hollands en Zeeuwse kustvoeren ze door het kanaal - of bij storm en oorlog benoorden Schotlandom – op de Canarische stroom naar het Zuiden. Bij de Kapaverdische eilanden hadden de stuurlieden weinig ruimte. Wilden ze niet in windstiltes belanden of zich verzeilen op de Westafrikaanse of Surinaamse kusten, dan moesten ze het zogenaamde  wagenspoor op de kaart nauwkeurig volgen. Ging alles goed, dan vervolgende de schepen hun weg via de Brazilstromen en voortgestuwd door de westenwinden richting Kaap de Goede Hoop. Daar werd ververst. Vervolgens zeilde men verder naar het oosten en werd er – zoals de zeelui destijds hoopten – op tijd afgebogen naar het noorden om via Straat Sunda Batavia te bereiken. De terugtocht was veel korter door de gunstige winden en stromingen in de Indische en de Atlantische Oceaan. 

Afbeelding vergroten

Vesting Kaap de Goede Hoop

 

De kaarten van de VOC

Zonder hulmiddelen is het voor een schipper niet mogelijk zijn schip van Holland naar Indië te brengen. De hulpmiddelen voor de navigatie, kaarten en instrumenten, moesten dan ook tot de beste behoren. De keuze werd dan ook niet aan de afzonderlijke schippers overgelaten, zelfs niet aan de afzonderlijke kamer, mar werd bepaald door de heren XVII. De gehele uitvoering was in handen van de kamer Amsterdam. Voor de kamer kwam daar nog bij dat de VOC-schepen van goede kaarten voorzien moesten worden, maar dat die kaarten niet in het bezit van anderen mocht komen.

 

Afbeeldingen vergroten

 

De kooplieden en schippers en stuurlieden in dienst van de Compagnie waren verplicht hun journalen en bevindingen met eventuele nieuwe ontdekkingen in handen te stellen van de kaartenmaker van de Compagnie. Deze kaartenmaker kon aan de hand daarvan kaarten verbeteren en uitbreiden. De kaartenmaker maakte prototype van de voor de reis benodigde kaarten, de zogenaamde leggers. Deze leggers werden door getrouwe personen nagetekend op perkament -een bewerkte dierenhuid- omdat het een stevige materiaal was en weinig schade ondervindt van slijtage en minder klimaat en vocht te lijden heeft dan papier.

De opberging aan boord van een schip gebeurde in een metalen koker. Om de koers uit te zetten werd de kaart meestal vastgespijkerd op de kaartentafel.
 

De door de kaartenmaker geleverde kaarten werden voordat ze aan boord kwamen geregistreerd. Van elke kaart waren vier exemplaren aanboord: kaartensets werden meegegeven aan de schipper, opperstuurman, de onderstuurman en de derde waak. Na aankomst in Batavia resp. Amsterdam moesten de kaarten ingeleverd worden. Wanner een kaart ontbrak zonder goede reden werd men beboet met de dubbele waarde van de kaart.

Lijst van kaarten en stuurmansgereedschappen
Voor de ontvangst van de kaarten en stuurmansgereedschappen moest de schipper de lijst ondertekenen en het goed onderhouden en bij aankomst afgeven in Batavia. De waarden van de spullen voorkomende op de lijst had in 1675 een waarde van 161 gulden en 12 stuivers. Elke kaart en stuk gereedschap was voorzien van de prijs.

 

 

Vesting Batavia

 

Afbeelding vergroten