Spiegelretourschip

Het spiegelretourschip was het belangrijkste type transportschip van de V.O.C., een zeilschip dat gebruikt voor vervoer van goederen en personen. Tevens waren de schepen bewapend met hetzelfde type kanon als op de oorlogsschepen van de Republiek, alleen een kleiner aantal. Ook qua uiterlijk verschilden de schepen niet veel van elkaar.

De V.O.C. kende drie klassen "charters" (zie tabel)spiegelretourschepen. Iedere charter kende vastgestelde afmetingen. De lengten en breedte verhoudingen van spiegelschepen waren 4:1 en die van Fluitschepen waren 5:1 of 6:1. De diepte (holte) bedroeg 1/10 van de lengte. De holte is de ruimte tussen kiel en onderkant overloop.

Het woord "spiegel" zou zijn afgeleid van de vorm van de platte achterkant van een S-spant schip. De vorm van die achterkant lijkt op een handspiegel uit die tijd.
 

Afbeelding vergroten

 

Charter: Draagvermogen in Ton: Lengte in m: Breedte in m: Diepte in m:
1e 1000 of meer 42,5 11,6 5,4
2e 800 - 1000 38,5 11 4,8
3e 500 - 800 34 9,3 3,7

De Hendrik Maurits behoorde met zijn draagvermogen van 1194 ton tot charter 1.
De Maas en Huis te Kronenburg behoorde met resp. een draagvermogen van 790 en 700 ton tot charter 3.

De term spiegelschip werd ontleend aan de boven- en onderspiegel aan de achterzijde (achtersteven) van het vaartuig. Deze schepen hadden een gemiddelde lengte van 40 meter en waren driemasters. De grote mast (13) in het midden van het schip en de fokkemast (12) voor op het bakdek waren vierkant getuigd, de bezaansmast (14) op het bovenkampanjedek was langscheeps getuigd. De boegspriet (11) kon, indien noodzakelijk, voorzien worden van twee extra zeilen. Onderin het schip bevond zich het vrachtruim (1). Hierin kon een koebrugdek (2) aangebracht worden. Het koebrugdek, dat niet in ieder schip aanwezig was, kon gebruikt worden om manschappen en/of specerijen te bergen. Op dit dek kon men nauwelijks rechtop staan; de afstand tot de balken en planken erboven bedroeg hooguit anderhalve meter. Het overloopdek (3) sloot het vrachtruim van boven af. Hier bevonden zich het kombuis en de bottelarij. Het overloopdek gold als belangrijkste verblijfplaats voor de bemanning en diende ook als geschutsdek voor de zwaardere kanons.

 

Aan de achterzijde van het schip was een verhoogd gedeelte: het bovenkampanjedek (8). Hieronder kon men de kapiteinshut, de officiershutten en de kajuit (6) vinden. Het bovenkampanjedek liep over in het half- of kampanjedek (7). In de tropen werd dit overspannen met doek om bescherming tegen de zon te geven. Het schip werd bestuurd vanaf de stuurplecht (5), aanvankelijk met behulp van een kolderstok en later met behulp van een stuurrad. De stuurplecht vormde de achterste begrenzing van het verdek (4).

Afbeelding vergroten

 Aan de voorzijde werd het verdek begrensd door het bakdek (9). Dit verhoogde gedeelte van het schip werd eveneens als verblijfplaats voor de bemanning gebruikt. Het galjoen (10), het verstevigde uitgestoken gedeelte aan de boeg van het schip, dat meestal voorzien was van een prachtig ornament, bepaalde het karakteristieke vooraanzicht van een Oostindiėvaarder.

 

De gemiddelde bouwtijd van een spiegelretourschip op de werven van de VOC was 5 tot 8 maanden, de bouwkosten bedroegen zo’n f 90.000 - f 110.000. Hun laadvermogen was over twee eeuwen gemiddeld 800 ton. Een schip ging ongeveer 15 jaar mee. De kosten kan als volgt worden opgesplitst: 65.000 gulden voor de romp, 3500 gulden voor de masten, 6000 gulden voor de zeilen, 1100 gulden voor de takels en blokken, 7500 gulden aan de tuigage, 2300 gulden voor de ankers en 12.800 gulden voor de bewapening.

 

De retourschepen werden voorzien van gemiddeld 30 tot 40 stukken geschut. Het allerzwaarste geschut waren de 18 ponders (voor oorlogsschepen 24 ponders), daarna komen de 12 ponders en 8 ponders. Voor een 18 ponder kogel had men 9 pond kruit nodig, voor een 12 ponder kogel ca. 7 pond kruit en voor een 8 poder kogel ca. 6 pond kruit.

 

Naast het spiegelretourschip werden door de VOC nog andere, meestal kleinere scheepstypes gebruikt, zoals de hoeker, het galjoot, het jacht, de pinas en het fluitschip.