Maandbrieven

De schepelingen werden uitbetaald door de Kamer waar ze voor voeren. Voor getrouwde zeelieden was het natuurlijk belangrijk dat het thuisfront, vrouw en kinderen ook regelmatig geld kreeg. dit geschiedde door z.g. maandbrieven, ook akten of maandceduls geheten. Dit waren akten, waarbij iemand de bewindhebber van de kamer voor welke hij uitvoer verzocht om, zolang hij op reis was aan deze of gene jaarlijks enige maanden van zijn gage uit te keren, als bleek in de scheepsboeken dat er een tegoed was. Vrijgezellen kregen hun gage pas na beŽndiging van de diensttijd, wat er dan nog van over was gebleven. Het bedrag dat, via een maandbrief uitbetaald werd, was niet hoger dan 3 maanden gage per jaar. De rest werd uitbetaald als de schepeling afgemonsterd werd, of als de schepeling was overleden. Overleed er een vrijgezel, dan was de gage voor de compagnie. Schippers en stuurlieden tekende meestal voor een diensttijd van drie jaar, de rest voor vijf jaar.

Afbeelding vergroten

Oostindisch Zeemagazijn te Delfshaven, 1779,tekening van Gerrit Groenewegen, Gemeentearchief Rotterdam